Kracht en Inkeer

Wat zou er gebeuren als we alle kracht die we nog gebruiken om ons te verzetten tegen ongewenste gevoelens, gedachten en situaties zouden kunnen inzetten voor wat ons werkelijk lief is? Wat als we de strijd opgeven, het vechten tegen de eeuwig doorgaande verandering die het leven nu eenmaal is staken, en onze oorspronkelijke, aangeboren kracht vrijkomt om trouw te kunnen blijven aan onszelf?

Zoals ik hou van het piepjonge lichtgroene blad tegen de natte, zwarte takken in de prille lente, zo hou ik ook van de overvloed, het rijpe, het barstensvolle van de nazomer. Zoals we weten dat het na de winter weer lente wordt en het leven weer een aanvang zal nemen, zo weten we aan het eind van de zomer dat het sterven nadert, dat het fruit zal vallen, dat we niet alles kunnen behouden, en dat de dingen onvermijdelijk, altijd weer, zullen veranderen. De onnavolgbare rijkdom aan kleur, geur, smaak en geluid zal geleidelijk aan omslaan naar de stille, kale en donkere wintertijd.

Alle indrukken die we opdoen in de zomers van het leven, alle ervaringen, de ontmoetingen en gebeurtenissen die ons roeren; wat gebeurt er mee? In deze herfstretraite nemen we onze ervaringen mee naar binnen en keren we ze om en om, we laten ze gisten en geven ze de tijd, we voelen hoe ze ons vanbinnen raken. Zoals de walnoten langzaam likeur worden, de druiven wijn, zo transformeren ook onze ervaringen, onze verlangens, ons geluk en ons hartzeer in ons steeds weer tot iets helemaal nieuws, waarvan we de smaak nog niet kennen.

Om dit proces, deze alchemie van de verandering, zich in ons te laten voltrekken is aandacht en stilte nodig. Het vraagt van ons de kracht erbij aanwezig te blijven, vriendelijk en nieuwsgierig en het, tegelijkertijd, met rust te laten, het de ruimte te geven. Ons lichaam is het vat voor deze transformatie, waarin het borrelt, bruist en soms ook brandt. We oefenen onze kracht daarvan liefdevol getuige te zijn zonder er afstand van te hoeven nemen.

We oefenen ons vermogen op onszelf te staan, in onze eigen grond. Alleen te zijn en onze eigen gevoelens te kunnen dragen. Maar óók om voor elkaar aanwezig te zijn, zonder iets te hoeven doen, zonder te bemoeien, vertrouwend op de eigen kracht van de ander en op de oneindige kracht van het leven zelf.

 

Juli 2018, Mariken van de Bovenkamp